Home Artseninfo
Artseninfo

Wanneer is verwijzing naar een oefentherapeut Cesar/Mensendieck zinvol?

Is een cliënt bereid zelf iets te doen aan de bestaande pijnklachten of houdingsproblemen, dan is verwijzing naar een oefentherapeut Cesar/Mensendieck zinvol bij:

  • Het voorkómen van klachten in houding en beweging.
  • Het doen verminderen van klachten in houding en beweging.
  • Het leren omgaan met klachten in houding en beweging.
  • Acute of chronische klachten van het bewegingsapparaat.
  • Het leren omgaan met spanningsgerelateerde klachten.
 

Behandelen en voorkomen van klachten aan het bewegingsapparaat

Oefentherapie Cesar/Mensendieck richt zich in de behandeling op het verbeteren van individuele houdings- en bewegingsmogelijkheden met als doel het bevorderen van gezond bewegingsgedrag.

Lees meer...
 

Verwijsindicaties oefentherapie Cesar/Mensendieck zijn er voor de volgende aandoeningen:

Neurologische aandoeningen, Orthopaedische aandoeningen, Respiratoire aandoeningen, Reumatologische aandoeningen, Gynaecologische aandoeningen, Spannings- en overbelastingsgerelateerde klachten, Arbeidsgerelateerde klachten, Sensomotorische aandoeningen

Lees meer...
 

Nu ook zonder verwijzing naar de oefentherapeut!
Voor klachten die samenhangen met houding en beweging kan de patiënt vanaf heden ook zelf het initiatief nemen om naar de oefentherapeut Cesar/Mensendieck te gaan.

Voor de arts verandert er niets.

Als arts blijft u, zoals u gewend bent, de aangewezen persoon om patiënten te verwijzen naar een oefentherapeut, mét verwijsbrief.

Wat verandert er voor de patiënt?

Indien een patiënt zich zonder verwijzing bij de oefentherapeut aanmeldt voert deze een screening uit om te bepalen of de problematiek bij de oefentherapeut thuis hoort en of er nader onderzoek nodig is. Alle oefentherapeuten hebben hiervoor scholing gevolgd. Als er een ‘rode vlag’ vastgesteld wordt, adviseren we de patiënt een afspraak met de huisarts te maken. Wanneer aanvullende informatie nodig is of overleg noodzakelijk is, neemt de oefentherapeut contact met de huisarts op.

 
Uit onderzoek is gebleken dat een hoog percentage cliënten die eenmaal oefentherapie hebben gevolgd, daarna geen andere behandeling meer nodig hebben en op eigen kracht verder kunnen. Kijken we naar de aard en de duur van klachten en naar het zorgverleden van de cliënt, dan blijkt dat oefentherapie een opmerkelijke positie inneemt in het bredere paramedische krachtenveld. Uit een NIVEL-onderzoek ¹) van 2004 is gebleken dat:
  1. Oefentherapie-cliënten in het algemeen al langdurig klachten hebben. De helft zelfs al langer dan een jaar
  2. 40% van deze klachten recidiverend zijn
  3. Een derde van de oefentherapie-cliënten zich voor deze klachten al elders heeft laten behandelen
  4. Het omgekeerde – cliënten die na afloop van oefentherapie een andere paramedische behandeling volgen- nauwelijks voor komt
¹) Oefentherapie Cesar, oefentherapie Mensendieck en fysiotherapie: de patiëntenpopulaties vergeleken. Nivel-rapportage op basis van gegevens uit de Landelijke Informatievoorziening Paramedische Zorg (LIPZ). Utrecht, 2004